De Stichting Roze 50+ van ANBO en COC Nederland, wil de leefsituatie en het welzijn van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse 50-plussers (LHBTI) verbeteren door bundeling van kennis en ervaring en belangenbehartiging.

Roze 50+ activeert, stimuleert en faciliteert mensen uit de achterban om contacten te leggen en het gesprek met de omgeving aan te gaan omdat emancipatie een proces is dat door de achterban zelf gedragen moet worden.

 

Speerpunten

  • Ontmoeting en empowerment van LHBTI ouderen (ter voorkoming van sociaal isolement)
  • Zichtbaarheid ten behoeve van community building en het vergroten van maatschappelijke acceptatie
  • Belangenbehartiging van LHBTI ouderen bij de landelijke overheid en gemeenten
  • Bevorderen van (kennis over) LHBTI vriendelijkheid in zorg- en welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en het relevante beroepsonderwijs. 

Roze 50+ ambassadeurs

De ogen, oren en handen van Roze 50+ is het vrijwilligers netwerk van Roze 50+ ambassadeurs. Zo’n 100 vrijwilligers, veelal uit de doelgroep zitten in de haarvaten van de maatschappij en zijn het visitekaartje van het Roze 50+. Ze werken op lokaal, regionaal en landelijk niveau en zetten hiermee LHBTI ouderen op de kaart.

Er zijn ruim 400.000 LHBTI-senioren in Nederland. Veelal opgegroeid in een tijd dat seksualiteit nauwelijks bespreekbaar was en hebben niet zelden een ‘dubbelleven’ geleid omdat zij hun ware identiteit verborgen hielden, uit angst voor reacties uit de omgeving. Eenzaamheid en sociaal isolement is bij LHBTI-senioren dan ook een aanzienlijk groter probleem dan bij hun heteroseksuele generatiegenoten. Sensitiviteit voor en kennis over seksuele diversiteit, genderidentiteit of -expressie in de zorg- en welzijnssector laat -ook heden ten dage nog- veel te wensen over waardoor veel LHBTI-senioren terughoudend zijn een beroep te doen op de zorg- en welzijnssector uit angst voor discriminatie en uitsluiting. Angst voor uitsluiting kan leiden tot eenzaamheid en verdriet.

Tegenwoordig blijven ouderen zolang mogelijk zelfstandig wonen, waarbij zij voor zorg en ondersteuning zijn aangewezen op professionele zorg aan huis en mantelzorg. LHBTI-senioren kunnen, zo blijkt uit onderzoek door het Sociaal Cultureel Planbureau, vaak in veel mindere mate terugvallen op een sociaal netwerk voor deze mantelzorg. Zij hebben vaak een ander netwerk dan hun heteroseksuele generatiegenoten. Familie ontbreekt veelal, zij bouwen op hun ‘Chosen Family’: vrienden en gevoelsgenoten die meestal van dezelfde leeftijd zijn. De vraag is of deze familie in staat is mantelzorg te bieden, door immobiliteit of eigen afhankelijkheid van zorg. Juist daarom moeten LHBTI-ouderen vaker een beroep doen op professionele zorg of vrijwillige ondersteuningsprojecten, zoals Roze50+.

Voorvechters

Er is in de afgelopen decennia veel verbeterd voor de LHBTI community, van openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht, tot het zelfbeschikkingsrecht van trans personen, waarbij een transpersoon het geslacht kan laten wijzigen met een verklaring van een deskundige, tot opname van seksuele gerichtheid in artikel 1 van de Grondwet als verboden discriminatie grond. Juist de LHBTI ouderen van nu hebben deze emancipatie strijd gedragen en deze successen mede mogelijk gemaakt. Zij hebben het voor henzelf én de generatie erna mogelijk gemaakt zichzelf te kunnen zijn en het leven te leiden dat ze zelf willen.” LHBTI ouderen van nu laten zich niet meer de kast injagen, zijn actief in het verenigingsleven en dragen door hun vrijwilligerswerk bij aan de samenleving.