In het verzorgings- of verpleeghuis waar ik werk, wonen geen homoseksuele of lesbische ouderen, kan dat?

Over het algemeen is tussen de 6 en 8% van de bevolking homoseksueel. Dit betekent dat er in Nederland ongeveer 177.683 mensen homoseksueel of lesbisch zouden zijn. Binnen een verzorgingshuis met 200 bewoners zouden dus tussen de 10 en 15 roze bewoners moeten zijn.

Echter, deze groep is niet altijd op die manier zichtbaar of identificeert zich niet altijd als openlijk homoseksueel: een groot deel van de oudere lesbiennes en homoseksuelen heeft homoseksuele gevoelens onderdrukt en/of is getrouwd of getrouwd geweest met iemand van het andere geslacht. Dit heeft te maken met het grote taboe op homoseksualiteit en de maatschappelijke afkeuring. Ook op latere leeftijd is het open zijn over seksuele geaardheid niet vanzelfsprekend; vandaar dat het kan gebeuren dat er binnen een instelling niemand openlijk homo of lesbisch is.

In de benadering van bewoners is het daarom belangrijk om iedereen met een open blik tegemoet te treden; het is immers niet aan de buitenkant te zien of iemand hetero, dan wel homoseksueel is. Door open vragen te stellen over de persoon en zijn of haar leven, maakt dat een bijzonder welkome indruk op lesbische en homoseksuele bewoners. De bevestiging dat u weet dat niet iedereen vanzelfsprekend heteroseksueel is, kan een gevoel van veiligheid creëren bij de betreffende bewoner en maken dat hij of zij zich meer thuis voelt in de instelling waar u werkt.

Handboek Roze Loper

Toolkit