Hogere eenzaamheid onder homoseksuele ouderen in Nederland

Kwestie van een zwakkere sociale inbedding?

Tijdschrift voor Seksuologie (2006)30, 126-137
Tineke Fokkema, Lisettte Kuyper

In deze studie zijn gegevens van homoseksuele en heteroseksuele ouderen (uit resp. het project ‘Vrolijk Herfst’ en ‘Leefvormen en Sociale Netwerken van ouderen’) met elkaar vergeleken. Er is onderzocht of homoseksuele ouderen eenzamer zijn dan heteroseksuele ouderen en of een verschil in sociale inbedding dit eventuele verschil zou kunnen verklaren. Homoseksuele ouderen blijken inderdaad significant eenzamer dan heteroseksuele ouderen. Dit verschil kan slechts deels worden verklaard door de sociale inbedding: homoseksuele ouderen zijn vaker kinderloos, hebben vaker een echtscheiding meegemaakt en zijn daarna iets vaker partnerloos gebleven, onderhouden vaak minder intensief contact met overige familieleden, en gaan minder frequent naar de kerk dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten.  Ook andere, niet-sociale factoren (gezondheid, woonsituatie, zelfbeeld en economische positie) kunnen het verschil niet verklaren. Of de verklaring dan buiten de zwakkere sociale inbedding moet worden gezocht, valt nog te betwijfelen. In deze studie is nl. alleen aandacht besteed aan sociale relaties in de privésfeer, niet aan de kwaliteit ervan en aan de sociale omgang in bredere zin.