Hoe was het leven voor de eerste generatie openlijk homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders in Nederland? De jongste generatie heeft veel aan hun strijd te danken, zegt fotograaf Ernst Coppejans die onder de titel Oudroze daar een buitenexpositie over maakte.

 

Met de portretten hoopt Coppejans, zelf gay, meer solidariteit te bereiken tussen generaties uit de lhbti-gemeenschap. ‘Veel ouderen die ik sprak hebben geen kinderen gekregen, en zijn veel vrienden verloren door aids. Ze zijn eenzaam. Waarom trekken we niet meer met elkaar op, we hebben allemaal dezelfde worstelingen meegemaakt.’

 

 

 

 

Vivian (71), werkte als verpleegkundige en therapeut

Vivian 71 werkte als verpleegkundige en therapeutVivian 71, werkte als verpleegkundige en therapeut. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Ik heb altijd van jongens gehouden. Iedereen thuis wist het ook, ik deed er niet stiekem over. Op school vonden leerkrachten mij vreemd. Ze zeiden: doe niet zo verwijfd. Of: ga een meisje zoeken. Ik had ook leerkrachten die graag aan me zaten. Een van hen drukte zich in het toilet tegen me aan en speelde met me. Die man raakte zo opgewonden dat hij klaarkwam.

Ik werkte in Suriname in de psychiatrie en had verschillende lovers. Rond mijn 20ste stuurde mijn vader me naar Nederland. Ik ging meteen aan het werk in Bennebroek in psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang. Samen met twaalf jongens woonde ik er in een villa, ik kon daar mijn lovers ontvangen.

Jan was een grote, rossige boerenjongen. Ik had de bus gemist. Hij fietste voorbij en zei: kom achterop. Hij bracht me niet naar huis, maar naar de bosjes. Jeetje, wat hebben we liggen vrijen. Niet wat we nu kennen, maar echt romantisch vrijen. Jan en ik hebben nog heel lang contact gehad.

Het COC en gaycafé Bonaparte in Amsterdam lieten ons zwarte jongens niet binnen. Alleen als je met een witte man was. Omdat we nergens binnenkwamen hielden we huisfeestjes. Het was daar fun, dansen, eten, grapjes maken en verliefd worden.

Ik ben een left over. Van mijn homo­netwerk is iedereen overleden. Ook mijn grote liefde met wie ik samenwoonde. We zijn een jaar of twaalf samen geweest. Ik wist niet dat hij geïnfecteerd was toen ik hem leerde kennen. Zelf had hij er veel moeite mee. Hij werd agressief toen bleek dat ik niet besmet was. Ik heb hem op het laatst naar het ziekenhuis gebracht, daar is hij overleden. Dat is dertig jaar geleden, hij zou nu 64 zijn geweest.’

 

Gloria Wekker (71), is wetenschapper

Gloria Wekker 71 is wetenschapperGloria Wekker 71 is wetenschapper. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Ik ben geen diehard dyke. Pas op mijn 28ste was ik voor het eerst met een vrouw, en ook later in mijn leven heb ik nog weleens een relatie met een man gehad. Ik kan alle kanten op, maar ik vind het leuker en spannender om met een vrouw te zijn. Het voelt intiemer en geeft meer kracht.

In 1990 kwam ik in Suriname, waar ik ben geboren, mijn grote liefde Maggie tegen. We zijn 28 jaar lang samen geweest. Ik heb zo’n mazzel gehad met haar. In april 2018 overleed ze aan een tumor in haar hart, maar ze is nog heel erg aanwezig. Dat ik me ervan bewust ben hoe gelukkig wij waren, verzacht de pijn van haar plotselinge overlijden.

In Paramaribo was het geen enkel probleem dat wij samen waren. Ik heb er onderzoek gedaan naar mati, en daar een boek over geschreven. Mati zijn zowel mannen als vrouwen, die intieme en seksuele relaties hebben met mensen van beide seksen. Ik noem ze niet biseksueel, want het komt uit een andere culturele en historische stroom. Ze zijn ‘mati’s’: ‘vrienden’ maar met benefits. De mati-vrouwen vormen een subcultuur in Suriname, het zijn voornamelijk creoolse vrouwen uit de arbeidersklasse die vaak kinderen met een man hebben en tegelijkertijd een voorliefde voor de vrouw. Maggie en ik hielden ons op in kringen van mati’s en lesbo’s. Het was de mooiste periode in mijn leven.

In de jaren zeventig richtte ik samen met een Zuid-Afrikaanse vriendin Sister Outsider op, een groep van zwarte lesbo’s. We hadden ons afgescheiden van de witte vrouwenbeweging en de witte lesbische beweging omdat daar sprake was van racisme. Ik vind het zo fnuikend als ik documentaires zie of studies lees over de jaren zeventig en tachtig, en het alleen gaat over die witte bewegingen. Wij waren er ook!

Ik ben nooit voor het homohuwelijk geweest, ik vind die vorm dat je je eeuwige trouw aan één iemand zweert zo ongeloofwaardig en beschadigend. Ik heb korte en lange relaties gehad. De meeste van die mensen zijn nog in mijn leven. Ik wil eigenlijk een pleidooi houden voor een minder brave, saaie ­levensstijl.’

 

Martin (74), werkte als balletdanser en artiest

Martin 74 werkte als balletdanser en artiest. Martin 74 werkte als balletdanser en artiest. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Mijn dierbaarste mens is Tony, met hem ben ik 37 jaar samen geweest. Hij werkte als Dolly Doll bij Madame Arthur in Amsterdam, de eerste officiële travestiebar van Nederland. Tony had de mooiste benen van Amsterdam.

Ik ben hem kwijtgeraakt. Ik was boos omdat hij het bloemetjesbehang van de muur had getrokken om er nieuw behang op te doen. Hij vertrok naar een woning op de Albert Cuypstraat en daar kwam ik nog weleens, ik paste op zijn honden. Later verhuisde hij naar Almere, daar had hij een tuintje. Ik weet niet of hij nog leeft.

Ik groeide op in Purmerend. Ik had al vroeg vriendjes, en vond het niet eng om het tegen mijn ouders te zeggen. Hoe ik dat deed? Gewoon: ik ben homo. Mijn moeder zei: het is je eigen keus. Ze had het trouwens allang gezien. En mijn vader? Ach, als die zijn sigaretje maar had. Dat was een rustige man, een tuinder. Toch heb ik er wel moeite mee gehad. Op een gegeven moment raakte ik de weg kwijt. Ik ben naar het dak geklommen en ik liep daar naakt als een kikker. De politie heeft me ervanaf gehaald en naar psychiatrisch ziekenhuis Santpoort gebracht. Later heb ik ook nog in de ­Valeriuskliniek gezeten en in een ­kliniek in Haarlem.

Desondanks heb ik een rijk en gelukkig leven gehad. Vanaf mijn 25ste woonde ik in Amsterdam en verdiende ik mijn geld als balletdanser. Ik lag nog in bed met de zanger Robert Long en ging uit met Ramses Shaffy. Van aids hadden we toen nog nooit gehoord. Het was een fantastische tijd.’

 

Twie (77), werkte als hoge ambtenaar en beleidsmaker, nog actief als zzp’er

Twie 77 werkte als hoge ambtenaar en beleidsmaker nog actief als zzperTwie 77 werkte als hoge ambtenaar en beleidsmaker nog actief als zzper. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘De zwarte vrouwenbeweging kwam eind jaren zeventig en begin jaren tachtig op als een reactie op het witte feminisme dat voor zwarte vrouwen en vrouwen van kleur niet herkenbaar genoeg was. Vanaf de jaren negentig ontstonden allerlei ­biculturele groepen, waaronder Mil Colores. Mil Colores begon als vriendinnengroep die dansfeesten organiseerde met eigen muziek. Vanaf 2010 is Mil Colores zich ook op inhoud gaan richten, op diversiteit en inclusie, racisme en lesbische identiteit. Ze vroegen mij als bestuurslid, en dat ben ik nu nog. De coming-out bij mensen met een migratieachtergrond is vaak nog beladen. Ik was ook altijd terughoudend, al woonde ik al jarenlang samen met mijn vriendin met wie ik nu nog steeds samen ben. Ik trad pas publiekelijk als lesbisch naar buiten toen ik bestuurslid werd. Niet zozeer om persoonlijke redenen, maar om zichtbaarheid van lesbische vrouwen met een migrantenachtergrond te bevorderen, om een rolmodel te zijn.’

 

Mees (76), werkte als technicus en adviseur

Mees 76 werkte als technicus en adviseurMees 76 werkte als technicus en adviseur. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Ik vond het vreselijk dat ik in de jaren zestig niet in een broek naar college of de studentenvereniging kon. Toen ik later bij een energiebedrijf ging werken en we een uniform moesten gaan dragen, ben ik naar mijn leidinggevende gestapt en heb ik gezegd dat ik transseksueel was en niet in een rok wilde lopen.

Tot mijn 20ste had ik er nooit bij stilgestaan dat ik op vrouwen viel. Ik had een vriend en leidde een heteroleven als vrouw. Maar op een gegeven moment kreeg ik een vriendin die ik heel leuk vond. Veel leuker dan mijn vriend.

Toen ik jong was, bestond er geen informatie over transseksualiteit, ik kwam daar pas achter toen ik ouder werd. Ik voelde me een jongen, maar vond het moeilijk om echt als man door het leven te gaan. Wel verborg ik mijn borsten met strakke hemdjes en wijde shirts. Maar in de tweede feministische golf waren mannen bij veel vrouwen uit de gratie, zeker bij mijn lesbische vriendinnen. Toen durfde ik er niet meer voor uit te komen.

Ik had nooit het idee om in transitie te gaan. Maar toen NRC-columnist Maxim Februari aankondigde dat hij voortaan als man door het leven ging, merkte ik dat ik jaloers was. Door Maxim ben ik me er meer in gaan verdiepen. Op tv kwamen ook steeds meer programma’s over trans personen. Dat heeft me erg geholpen en gestimuleerd om op mijn 69ste dan toch in transitie te gaan.

Inmiddels zeggen mensen ‘meneer’ tegen me. Het eerste jaar vond ik het zwaar omdat ik voortdurend uit de kast moest komen. De eerste aan wie ik het vertelde was een buurvrouw. Ik hoopte dat ze het zou doorvertellen, dan hoefde ik het zelf niet te doen. Maar dat deed ze niet. Een paar kinderen uit de buurt zie ik weleens verbaasd naar me kijken als hun vader me nog altijd buurvrouw noemt. Ik laat het maar, ik ben blij dat ik het heb gedaan.’

 

Ferry (88), was advocaat

Ferry 88 was advocaatFerry 88 was advocaat. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Mijn eerste seksuele ervaring was met de liefde van mijn leven, Kees. Op de lagere school waren we vrienden. Het gaf me een geweldige schok toen er iets gebeurde tussen ons. Voordat we naar de universiteit gingen, was ik een tijdje in Nederlands-Indië, we schreven elkaar. Toen ik, eenmaal terug in Nederland, bij zijn huis aankwam, bleek dat er iets verschrikkelijks was gebeurd. Kees was vermoord door zijn moeder, omdat wij ‘zo’ waren. Ik wist niet wat ik hoorde. Kees en ik wilden gaan samenwonen, dat zouden we bekend gaan maken. Na zijn dood besloot ik mijn ouders niet te vertellen dat ik zo was. Ik wilde ze het verdriet niet aandoen. Na Kees heb ik nog een andere grote liefde gehad. Gan was een Thaise jongen die ik in de sauna had ontmoet. Ik was 25 jaar met hem samen. Na mijn pensioen heb ik veertien jaar met hem in Thailand gewoond. We leefden als koningen, Gan kon zalig koken. We zijn naar Nederland gegaan omdat hij ziek werd. Hier heb ik voor hem gezorgd. Hij is op zijn 45ste aan ‘die homoziekte’ gestorven.’

 

Daan (82), was huisschilder en hovenier

Daan (82), was huisschilder en hovenier Daan (82), was huisschilder en hovenier. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘Op een feestje vroeg ze me waarom ik toch zo naar haar keek. Omdat ze de mooiste was, antwoordde ik. Anna was echt een mooie, niet-potteuze vrouw, het tegenovergestelde van mij. We ontmoetten elkaar toen ik 45 was en zijn 32 jaar samen geweest. Vóór Anna had ik wel contacten met vrouwen gehad. Een beetje kussen in vrouwenkroegen, dat was heel leuk. Met Anna ging ik ieder jaar naar Portugal. Vrienden haalden ons over daar te gaan wonen, maar toen werd Anna ineens erg ziek, het bleek kanker. Binnen drie weken overleed ze in het ziekenhuis in Lissabon. Dat is nu vijf jaar geleden, en ik mis haar ontzettend. Ik huil veel en ben nog steeds in de rouw. Ik kan het wel zelf, maar ik vind het ontzettend ongezellig zo. Ik heb nooit bedacht dat het zoveel pijn doet als je je geliefde kwijtraakt. Je kunt het je niet indenken. Ik zou nog wel een vriendinnetje willen, maar ik heb geen idee hoe ik in contact moet komen. Het zou leuk zijn als uit deze fototentoonstelling nog iets voortkomt.’

 

Lionel (69), werkte als verpleger en psychotherapeut

‘Toen ik nog een jongetje was, hoorde ik op een dag rumoer op straat, en honden blaffen. Ik keek uit het raam en zag Wimpie rennen voor zijn leven. Hij werd belaagd door buurtjongens. Ik wist dat het met zijn homoseksualiteit te maken had. Mij werd toen duidelijk wat er met je kon gebeuren als men wist dat je homo was.

Ik kan me nog herinneren dat ik het tijdschrift Panorama zag liggen, het nummer van 11 mei 1968. Daarin stond een uitgebreid artikel over het COC, over homoseksualiteit en gelijke rechten in Holland. Toen dacht ik: daar moet ik zijn, dat is de plek waar je jezelf kan zijn en waar het mag en kan. Ik heb het tijdschrift goed bewaard, en vreselijk mijn best gedaan op school om door te mogen studeren, want dan kon je naar Nederland.

In 1971 kwam ik aan. Even woonde ik bij een oom en tante, maar toen ze erachter kwamen dat ik homoseksuele contacten had, stond ik met al mijn spullen op straat. Gelukkig had ik al een baan en kon ik een kamer huren in Den Haag. In de Panorama stond het telefoonnummer van het COC. Toen ik belde werd ik verwezen naar uitgaansgelegenheid Zodiac in Den Haag. Ik heb daar eindeloos voor de deur heen en weer gelopen. Ik dacht: misschien word ik daar wel besprongen. Toen ik eenmaal binnenstapte, ging er een wereld voor me open. Het was zo leuk. Mannen die met elkaar dansten. Heel open en vrij. Precies waar ik altijd naar verlangde: een plek waar ik mezelf kon zijn.

Lange tijd worstelde ik met de combinatie homo én Surinaams-Hindostaans zijn, die twee gingen voor mijn gevoel niet samen. Ik voelde een dubbele discriminatie: vanuit de Nederlanders omdat ik Surinamer ben, vanuit de Surinamers omdat ik homo ben.

In 1973 had ik mijn coming-out bij mijn ouders die op vakantie waren in Nederland. Ik vertelde het ze tijdens een avondje kaarten. Ze waren stomverbaasd, maar accepteerden het vrijwel meteen. Tegen mijn toenmalige vriend zei mijn moeder diezelfde avond: ‘Zo, dan ben jij dus mijn schoondochter.’ Inmiddels ben ik 44 jaar samen met Bert, tijdens bruiloften en feesten in de familie slowdansen er met elkaar. We voelen de blikken maar het is een statement: wij zijn net zo normaal als iedereen en hebben het recht zo te dansen.’


Lionel 69 werkte als verpleger en psychotherapeutLionel (69), werkte als verpleger en psychotherapeut. Beeld: Ernst Coppejans

 

Katoo (80), was docent handvaardigheid, is ­kunstenaar

Katoo 80 was docent handvaardigheid is kunstenaarKatoo 80 was docent handvaardigheid is kunstenaar. Beeld: Ernst Coppejans


‘In de puberteit werden mijn zus en ik niet ongesteld en ­kregen we te horen dat we onvruchtbaar waren. We mochten er met niemand over praten. Die geheimhouding heeft zwaar op me gedrukt. Op mijn 40ste las ik over het androgeenongevoeligheidssyndroom. Ik ontdekte dat mijn lichaam in aanleg dat van een man is, maar omdat het ongevoelig is voor ­testosteron, zie ik eruit als een vrouw. Ik speel in een toneelstuk met mensen die ook intersekse zijn. Zo heet het tegenwoordig als je een lichaam hebt zoals het mijne. Ook voor hen is het moeilijk dat intersekse zo onbekend is. Maar gelukkig komen sommigen er nu mee naar buiten. We moeten ophouden met mannen en vrouwen te zien als twee types. 1 op de 90 mensen heeft een lichaam dat niet helemaal het een of het ander is. Als ik was opgegroeid met die kennis dan was het zoveel makkelijker geweest. Ik voel mezelf dapper dat ik mijn verhaal vertel, maar ook een schijtluis dat ik het niet met mijn echte naam doe. Maar dat durf ik gewoon niet.’

 

Jill (81), werkte als danseres en prostituee

Jill 81 werkte als danseres en prostitueeJill (81), werkte als danseres en prostituee. Beeld: Ernst Coppejans

 

‘In Indonesië, waar ik geboren ben, mochten vrouwen lange tijd niet dansen. Dus op feesten werden er jongens en mannen ingehuurd die verkleed als vrouw dansten met de mannen. Vanaf mijn 14de reisde ik met een orkest mee en deed ik dat werk. Wij hadden ook betaalde seks met de mannen met wie we dansten. We lieten nooit onze penis zien, we gaven ze de illusie dat ze het met een vrouw hadden gedaan.

In 1969 kwam het Carrousel de Paris naar Jakarta. Dat was een revue waarin transgenders dansten. Daarin danste een Canadese dragqueen, ik vond haar erg mooi. Ze nodigde me uit om naar Parijs te komen om in het carrousel te gaan dansen.

In Parijs hoorde ik voor het eerst van de dokter Burou in Casablanca. Bij andere artsen moest je jarenlang psychologische tests doen, voor je als trans een geslachtsveranderende operatie kreeg. Hij was de enige die het zonder bombarie deed, voor 10 duizend dollar. Op de operatietafel noemde dokter Burou me nog monsieur. Toen ik wakker werd, noemde hij me mademoiselle. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat ik in een verkeerd lichaam zat. Het is gewoon mijn lichaam, en ik wilde dat veranderen.

Van Parijs verhuisde ik naar Berlijn, waar ik danste in de beroemde club Chez Nous. Ik ontmoette er mijn man Edward, die me overhaalde naar Amsterdam te komen. De eerste avond dat ik hem ontmoette vertelde ik hem dat ik trans ben, als prostituee werkte en er niet mee ging stoppen. Dat vond hij geen probleem.

Ik werkte hier in chique hoerenhuizen. Bijvoorbeeld aan de Churchilllaan, daar werkten alleen geopereerde trans dames. Ook ontving ik klanten bij mij thuis, ze komen nog wel eens aan de deur, maar ik werk niet meer. Ook niet voor een enkel keertje.

Nu heb ik een AOW en een pensioentje van mijn overleden partner. Eens in de maand ga ik naar de kerk. En met mooi weer zit ik buiten op het Kastanjeplein hier in Amsterdam. Dan komen alle buren van mijn leeftijd naar buiten. Daar zitten we dan, allemaal ouwe ­wijven. Heerlijk. Ik ben helemaal tevreden.’

 

Auteur:  Lara Aerts
Beeld: Ernst Coppejans

 

Expositie

‘Oudroze’ is een initiatief van Ernst Coppejans met de stichting Open mind en wordt opgenomen in het Stadsarchief Amsterdam. De tentoonstelling opent op 30 juli bij het homomonument op de Westermarkt in Amsterdam. Na drie weken gaat de tentoonstelling op reis. De locaties zijn te vinden op de website van Open mind. Hier zijn ook langere ­interviews met alle 29 geïnterviewden te zien.

 

OR uitnodiging Martin